Tokkelen & plectrumspel
Hier leer je hoe je de snaren aanslaat — met een plectrum of met je vingers (tokkelen). Zodra je dit onder de knie hebt, kun je echt beginnen met liedjes spelen.
Beginnen met een plectrum
Als je net begint met gitaar spelen, kun je het beste leren spelen met een plectrum. Een plectrum is een klein driehoekje dat je tussen je duim en wijsvinger vasthoudt om de snaren mee aan te slaan. Heb je er nog geen, dan koop je voor weinig geld een setje verschillende diktes — zo voel je welke het prettigst speelt.
Tokkelen (fingerpicking)
Tokkelen — ook wel fingerpicking — is een techniek waarbij je geen plectrum gebruikt, maar alleen je vingers. Je duim (p) speelt de bassnaren: de drie dikste snaren. Je wijsvinger (i), middelvinger (m) en ringvinger (a) nemen de drie hoge snaren voor hun rekening. Met deze techniek speel je een stuk sneller en vloeiender dan wanneer je alles met je duim doet.
Het is een mooie techniek om later aan te leren — maar gebruik in het begin gewoon een plectrum. Hieronder zie je hoe de vingers (p-i-m-a) over de snaren verdeeld zijn:
Begin langzaam met een vaste herhaling (een “patroon”). Zodra je hand het patroon kent, gaat het bijna vanzelf — en klinkt het meteen prachtig onder een paar akkoorden.
Klaar om liedjes te spelen?
Je kunt nu akkoorden, tabs én aanslaan. In Gitaartabs Play speel je je favoriete nummers mee met de tab onder de video.
Volgende stap: zoek een makkelijk liedje en speel je eerste nummer met de akkoorden en aanslag die je nu kent.